10 april 1976: één avond, drie verhalen
David Bowie, Romy Haag en Christiane F. samen in de Deutschlandhalle
Als David Bowie op 10 april 1976 in West-Berlijn de bühne van de Deutschlandhalle betreedt, heeft hij er waarschijnlijk geen benul van dat die avond een keerpunt zal worden in niet alleen zijn eigen leven maar ook van dat van twee andere personen in het publiek. Zaterdag 10 april 1976 blijkt een dag waarop drie verhalen samenkomen: dat van een rockster, dat van een nachtclubeigenaresse en dat van een 13-jarig meisje.
In het boek ‘Christiane F. - Wir Kinder vom Bahnhof Zoo’ (Nederlandse titel ‘Christiane F. - Verslag van een junkie’), het waargebeurde relaas van haar leven als drugsverslaafde jongere in West-Berlijn, vertelt Christiane Felscherinow over het Bowieconcert dat ze op 10 april 1976 bijwoonde. Hoewel ze het optreden als één waanzinnige high ervaart, zet het openingsnummer ‘Station to Station’ haar ook meteen met beide benen op de grond. Vooral de regel “it’s too late”, die Bowie herhaaldelijk zingt, komt hard binnen. Het besef dat die woorden op haar eigen uitzichtloze situatie en drugsverslaving slaan, wordt alleen maar sterker wanneer de eerder ingenomen pillen zijn uitgewerkt en de ontwenningsverschijnselen inzetten. In de hoop dat het haar uit die depressieve toestand haalt, probeert ze die avond voor het eerst horse (heroïne). “Die ganze Scheiße war mit einem Mal weg. Kein ‘It’s too late’ mehr. Ich fühlte mich so toll wie noch nie.” Het is het begin van een zware heroïneverslaving die haar lichamelijk en geestelijk ten gronde zal richten.
Een andere vrouw die zich op die tiende april in dezelfde zaal in de Deutschlandhalle bevindt, is Romy Haag. De flamboyante transseksuele (en uit Scheveningen afkomstige) nachtclubeigenaresse staat naar eigen zeggen aan de rechterkant van het podium en kijkt Bowie nadat hij opkomt recht in de ogen aan. Er is een directe aantrekkingskracht tussen de twee. “Het was vanaf dat moment zeker dat we een tijd met elkaar gingen doorbrengen,” zou ze later vertellen. Na het concert komt Bowie met zijn entourage naar Romy’s cabaretclub Chez Romy in Schöneberg en hoewel ze ook daar geen woord met elkaar wisselen, leidt het voortdurende oogcontact tussen de twee ertoe dat ze uiteindelijk met elkaar in bed belanden. Al zorgt het nachtelijke avontuur er bijna voor dat hij de volgende dag zijn eigen concert in Hamburg mist, heeft deze ontmoeting voor Bowie iets in gang gezet. Romy Haag blijkt zijn introductie tot de vrije wereld van West-Berlijn: een wereld waarin zelfexpressie en identiteit worden gevierd, en waarin Bowie iets herkent van de artistieke en persoonlijke vrijheid waar hij al zo lang naar op zoek is. Het zal vanaf dat moment nog een paar maanden duren voor hij (met een paar omwegen) zelf naar West-Berlijn verhuist en daarmee een periode ingaat waarin hij zijn persoonlijke sores, veroorzaakt door zijn losbandige en destructieve sterrenleven in Amerika, langzaam weer op de rit zal krijgen.
Wat Romy op 10 april 1976 in Davids ogen ziet, blijkt uit te komen: zodra zij eenmaal in dezelfde stad leven, bloeit de liefde tussen David Bowie en Romy Haag verder op. Hun relatie krijgt niet alleen een persoonlijke, maar ook een uitgesproken artistieke dimensie: ze inspireren elkaar over en weer. Romy Haag begint aan een professionele carrière als zangeres en tekstschrijver, terwijl Bowie thema’s als genderidentiteit, theatrale performance en cabaret steeds nadrukkelijker in zijn platen en videoclips laat doorklinken.
Het contrast tussen de verhalen van de twee volwassen geliefden en dat van het meisje Chritiane is groot: waar deze avond voor David Bowie de opmaat vormt tot een nieuw hoofdstuk waarin hij zijn leven een positievere wending geeft en het voor Romy Haag het begin is van een veelbesproken liefdesaffaire die haar leven in meerdere opzichten zal verrijken, is het voor Christiane F. juist de avond waarop haar nog jonge leven een dramatische neerwaartse spiraal inzet en haar jeugdige bestaan zich van alle houvast, geborgenheid en onschuld zal ontdoen.
Het Bowieconcert in de Deutschlandhalle op 10 april 1976 wordt achteraf door de Duitse pers de hemel in geprezen. De Berliner Morgenpost noemt het een “Super-Show” en een “Bowie-fest”, terwijl Der Abend de show beschrijft als een “Rock-Spektakel” en het publiek op die avond expliciet als ‘een bonte bende’ dat een representatieve dwarsdoorsnede is van de Berlijnse undergroundscene van dat moment. Een treffende typering, zéker nu je weet dat op deze avond precies vijftig jaar geleden zowel Christiane F. als Romy Haag zich onder de zesduizend aanwezigen bevonden.