Het karakteristieke verkeerslichtmannetje uit de DDR blijft een van Berlijns bekendste symbolen
Vandaag werd het iconische verkeerslichtmannetje in de Berlijnse en Duitse verkeerslichten 65 jaar. Het idee om voetgangerslichten van een eigen en herkenbaar figuurtje te voorzien, werd namelijk op 13 oktober 1961 door de Oost-Duitse verkeerspsycholoog Karl Peglau (*1927 - †2009) ingediend bij het Ministerie van Verkeer van de DDR. Het ontwerp waar hij uiteindelijk mee op de proppen kwam, werd echter pas in 1969 voor het eerst in de verkeerslichten van Oost-Berlijn geïntegreerd.
Karl Peglau in 2007 onder de door hem ontworpen Ampelmann. Foto © picture-alliance/ dpa | Stephanie Pilick
Peglau zou later zeggen dat de karakteristieke vorm van het Ampelmännchen heel bewust was gekozen: het figuurtje moest een zo groot mogelijk oppervlak binnen het verkeerslicht innemen, zodat er zoveel mogelijk rood of groen licht doorheen kon schijnen. Daarom gaf hij zijn ontwerp een grote neus, lange benen en grote, bolle handen aan het uiteinde van de armen. Vooral het lopende mannetje in het groene licht heeft, als je het mij vraagt, een nogal vreemd gepositioneerde en vormgegeven arm. Dat Karl Peglau zijn poppetje een hoed opzette, had ook te maken met het rekken van het oppervlak. Aanvankelijk was hij bang dat die Partei zo’n hoed als een wat decadent kledingstuk zou beschouwen, maar nadat hij een zekere Erich Honecker op tv een strohoed had zien dragen, besloot hij het Ampelmannetje zijn hoed toch maar op te laten houden. Tot zijn verbazing werd het ontwerp goedgekeurd, al moesten de vingers aan de handen uit het oorspronkelijke ontwerp om productietechnische redenen worden weggelaten. Daarom lijkt het alsof het mannetje zoals wij het uiteindelijk hebben leren kennen bolle wanten aanheeft.
Het oorspronkelijk ingediende ontwerp van Karl Peglau.
Na de Duitse eenwording raakte het figuurtje, net als veel andere overblijfselen van de DDR, uit de gratie. Het werd uit de verkeerslichten in Berlijn en het oosten van Duitsland verwijderd. Maar halverwege de jaren negentig komt de Ostalgie opzetten: het sentiment, de nostalgie naar bepaalde esthetische beelden, producten en aspecten van het alledaagse leven zoals dat in de voormalige DDR bestond. De socialistische dictatuur mag dan slecht en verwerpelijk zijn geweest, het land had ook zijn eigen smaak, geur en esthetiek waarmee veel Oost-Duitsers waren opgegroeid en waar niet per definitie iets kwaads in school. Integendeel: juist die vertrouwde alledaagse dingen boden velen een gevoel van herkenning en geborgenheid. En het Ampelmännchen maakte daar onlosmakelijk deel van uit.
Mede door deze ostalgische sentimenten en de daaruit vloeiende protesten en zelfs een speciaal opgericht Komitee zur Rettung der Ampelmännchen (hoe Duits is dat?) komt de herinvoering van het Ampelmännchen op de politieke agenda te staan. In 2005 keert het karakteristieke figuurtje als officieel erkend symbool terug in de Berlijnse verkeerslichten. Het keert daarmee terug in het straatbeeld van de hele stad. Verschillende voormalige West-Duitse steden volgen dit voorbeeld, waardoor je de van oorsprong Oost-Duitse verkeerslichtsymbolen tegenwoordig op veel plekken in heel Duitsland tegenkomt. Behalve in Beieren dan, waar men juist wettelijk heeft vastgelegd dat Peglaus Ampelmann als symbool juist níet in de verkeerslichten mag worden gebruikt.
In Berlijn is het Ampelmännchen inmiddels uitgegroeid tot een van de bekendste symbolen van de stad en zodoende ook erg populair onder toeristen. Het is daarmee een van de weinige symbolen uit de DDR die de Duitse hereniging niet alleen hebben overleefd, maar vandaag de dag nog volop in het straatbeeld te zien zijn. Het Ampelmännchen mag vandaag dan wel de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, ik hoop dat hij nog lang door blijft lopen. Stil blijft staan. Door blijft lopen. Stil blijft staan. Het is maar hoe je het bekijkt natuurlijk.