Bus 100: ‘Sightseeing mit der BVG’
In oktober 2013, tijdens een van mijn eerste tripjes naar Berlijn na het stuklopen van mijn relatie, had ik me voorgenomen om iedere dag één gedicht te schrijven. Het was een manier om die week iets van mijn liefdesverdriet te verwerken en er iets artistieks uit te laten ontstaan. Weemoed vormt een goede basis voor poëzie. Waar ik in de zomer nog heel verliefd met Lidwien door de stad had gestruind, zwierf ik nu als eenzame dichter dromend door Berlijn. Op de wandeltochten waarop ik me inbeeldde zelf een Berlijner te zijn, pakte ik zo nu en dan de U- en S-Bahn, de tram of de bus en reed ik een stukje mee naar waar het me interessant leek weer uit te stappen.
Zo kwam het dat ik tijdens een rit in Bus 100 achter een Nederlands stel zat en ontdekte hoe deze buslijn ons langs veel van de grootste bezienswaardigheden van de stad voerde. De man vertelde zijn vrouw onderweg waar ze allemaal langsreden en strooide terloops met korte feitjes over onder meer de Berliner Dom, de Brandenburger Tor en de Reichstag. Terwijl we over de beroemde stadsboulevard Unter den Linden reden, schreef ik in mijn notitieboekje in één rit het beste gedicht van die week:
UNTER DEN LINDEN
(Berlijn, 2013)
Ik hoor mensen in mijn taal
de stad ondertitelen. Ze weten niet
dat ik ze in de gaten heb en ik noteer:
10:05 - “Dit is voormalig Oost-Berlijn,”
vertelt hij haar. “Toen wij ooit niet
ver van hier geboren werden
wisten zij aan deze Lindelaan
al vrij veel van elkaar maar
niet dat wij nog eens een keer
dat drama van weleer als panorama
gade zouden slaan. Ach schat,” en hij
kijkt haar aan, “wees gerust:
die tijden keren nooit meer terug. Want
stel je toch eens voor: iemand weet iets
van je en je hebt het niet eens door.”
10:06 - Hij geeft haar nog een kus.
DdD
Nu, dertien jaar later, woon en werk ik in Berlijn als stadsgids en ben ik bovenal nog steeds een dromende dichter. Afgelopen maandag moest ik aan die ene oktoberweek in 2013 terugdenken toen ik voor het eerst een rondleiding gaf door Berlijn waarbij ik qua logistiek gebruikmaakte van buslijn 100. Niet voor niets staat die route bekend als een van de mooiste en handigste lijnen van de stad: tussen Alexanderplatz en station Zoologischer Garten doet zij een groot aantal van Berlijns bekendste bezienswaardigheden aan. De gele bussen van de BVG stoppen met korte tussenpozen bij haltes pal voor of vlakbij enkele van de indrukwekkendste gebouwen en pleinen van de stad. Om er een paar te noemen: de Lustgarten met de Berliner Dom en het Altes Museum, de Bebelplatz met de Staatsoper en de Humboldt Universität, het Haus der Kulturen der Welt, Schloss Bellevue en de Breitscheidplatz met de Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche. De Berlijnse openbaarvervoermaatschappij noemt deze lijn - net als lijn 200 en 300, die weer langs andere bezienswaardigheden rijden - niet voor niets expliciet ‘Sightseeing mit der BVG’. Daardoor is zij al uitstekend te gebruiken als een soort openbare hop-on-hop-off-tour. Je kunt uitstappen waar en wanneer je wilt, een kort wandelingetje maken naar de gebouwen langs de route en daarna eenvoudigweg de volgende bus nemen naar de volgende locatie. Het leent zich ook perfect voor een stadstour op maat waarbij je zelf als persoonlijke gids met je gasten meereist. Vanaf de haltes waar de bus je afzet, leid je je gasten langs de gebouwen, pleinen en monumenten rond die locatie en plaats je alles in de bredere context van de Berlijnse geschiedenis. Als je gasten tijdens de tour liever een halte overslaan, blijf je gewoon zitten en vertel je al rijdend over de stad die als een panorama aan iedereen voorbijtrekt.
Die persoonlijke herinnering van toen werkt tot op de dag van vandaag door in mijn werk van nu. Immers, iedereen die met mij op tour door Berlijn gaat, krijgt na afloop als bedankje en aandenken een kaartje met een persoonlijke tekst. Als de tour ook daadwerkelijk over Unter den Linden is gegaan, stop ik er vaak bovenstaand gedicht bij. In de tekst raken het historische en het persoonlijke elkaar: Oost-Berlijn, de alomtegenwoordigheid van de Oost-Duitse geheime dienst, een van de beroemdste lanen van de stad en Bus 100 die daar nog altijd langs de lindebomen rijdt.
Wanneer ik in de toekomst vaker gebruik ga maken van Bus 100 op de speciaal op die busroute afgestemde highlights-tour, wordt dat gedicht mijn vaste afscheidscadeautje voor mijn gasten. Gesigneerd en met een groet op de achterkant. Iedereen mag weten dat ze met een dichter op pad zijn geweest. Daarbij spreekt het misschien nog wel sterker tot de verbeelding, al was het maar omdat het juist daar, op precies diezelfde buslijn, is ontstaan met een Nederlandse man die al vertellend ons beiden onbewust een voorproefje gaf van de rol die ik later zelf zou gaan vervullen.