A Concert for Berlin (3)

Over het concert van Bruce Springsteen in Oost-Berlijn op 19 juli 1988

Een jaar na het Treptower Park-concert van Barclay James Harvest wil de Partij nóg grootster uitpakken. Waar de Britten nog een logische keuze waren om als eerste westerse rockband in Oost-Berlijn op te treden omdat zij begin jaren tachtig immers ook de allereerste band waren geweest die de Oost-Berlijners ooit aan de andere kant van de Muur hadden gehoord, strikt men nu een artiest van absolute buitencategorie. “Wat zij kunnen, kunnen wij ook. En beter,” moet de SED-leiding gedacht hebben. Het is niemand minder dan The Boss himself, Bruce Springsteen, die dat jaar tijdens zijn Tunnel of Love Express Tour samen met zijn E-Street Band naar Oost-Berlijn komt voor wat het grootste rockconcert ooit op Oost-Duitse bodem moet gaan worden.

Bruce Springsteen tijdens zijn concert in Oost-Berlijn op 19 juli 1988. Foto: Brigani-Art/imago

Voordat Bruce Springsteen uiteindelijk op 19 juli 1988 het podium betreedt, gaat daar echter nog wél het nodige aan vooraf. De keuze voor Bruce Springsteen, een Amerikaan nota bene en iemand die politiek gezien nou niet bepaald op z’n mondje is gevallen, lijkt immers niet voor de hand te liggen. Het is echter op verzoek van The Boss zélf dat zijn management de opties voor een concert achter het IJzeren Gordijn en specifiek in Oost-Berlijn onderzoekt. Ze legt daarbij contact met concertpromotor MAMA Records, dezelfde organisatie die er in 1980 in slaagde Barclay James Harvest op het Platz der Republik in West-Berlijn op te laten treden. Dit keer heeft het wel wat meer voeten in de aarde. De concertpromotor moet álles in het werk stellen om het concert tegenover de machthebbers in de DDR te legitimeren. Er wordt daarbij handig gebruik gemaakt van het feit dat Neues Deutschland (de grootste krant van het land en tevens de spreekbuis van de SED) Springsteen eerder al had geprezen om songs als ‘Born in the U.S.A.’ waarin hij de sociale misstanden en ongelijkheid in de VS aankaartte en, overtuigender nog, de kapitalistische wereld bekritiseerde. Door The Boss te framen als een soort held van de arbeidersklasse valt diens komst naar de Arbeiter-und-Bauern-Staat richting de partijbonzen te verkopen.

Om het er bij de SED-leiding definitief doorheen te krijgen Bruce Springsteen ook daadwerkelijk in de DDR een podium te geven, wordt afgesproken om het concert een stevig politiek sausje te geven. Geen raar idee als je bedenkt dat in de DDR werkelijk ieder aspect van de samenleving was doorspekt van socialistische ideologie. Als een cultureel evenement voor politieke doeleinden kon worden ingezet, werd dat zeker niet nagelaten. Zo ook nu. Het Springsteen-concert wordt opgenomen in het programma van de 5. Berliner Rocksommer en zal worden gepresenteerd als een evenement van en voor de Berlijnse tak van de FDJ, de jeugdbeweging van de DDR. Het concert zelf krijgt het label Konzert für Nikaragua opgeplakt, bij wijze van steunbetuiging voor de bevriende socialistische staat in Midden-Amerika. Dat laatste verklaart ook de symbolische keuze voor de datum waarop het concert moet gaan plaatsvinden: 19 juli. Op die dag in 1961 was in Nicaragua de revolutie uitgebroken die uiteindelijk zou leiden tot de val van de door Amerika gesteunde dictator Somoza. Op de kop af achttien jaar later, op 19 juli 1979, had het socialistische bevrijdingsfront Frente Sandinista de Liberación Nacional (FSLN) er de macht overgenomen.

De socialistische partij lijkt overtuigd en ziet de komst van Bruce Springsteen steeds meer als manier om de toenemende maatschappelijke onrust onder de Oost-Duitse bevolking te temperen. Om er zeker van te zijn dat Bruce op het podium zelf zijn boekje niet te buiten gaat, wordt door de Partij bedongen dat hij tijdens zijn optreden onder geen énkel beding een politiek statement mag maken dat niet in lijn is met het beleid van de Socialistische DDR. Het woord ‘muur’, zoals David Bowie dat op 6 juni 1987 in zijn veelbesproken groet richting de Oost-Berlijners expliciet in de mond had genomen, is al helemáál uit den boze.

Het concertkaartje voor het Bruce Springsteen-concert op 19 juli 1988. Foto: Johannes Türstig

Pas een dag voor het concert, als ze al lang en breed in Berlijn zijn, komt Bruce Springsteen er samen met zijn manager Jon Landau achter dat het concert wordt gebruikt als uithangbord van de socialistische partij met Springsteen zelf in de rol van boegbeeld tegen het conflict in Nicaragua. Ze zijn er op z’n zachtst gezegd niet blij mee. Ze gaan er niet mee akkoord dat de zanger wordt ingezet als partijpropaganda voor het volk, zijn eigen fans nota bene. Na een bliksembezoek aan de Radrennbahn Weissensee, waar het concert de volgende dag zal plaatsvinden, ontdekt men dat het hele terrein alsook het podium is volgehangen met vlaggen en posters met daarop de leuzen ‘Solidarität mit Nikaragua’. Voor 100 Ostmark krijgt men twee steigerbouwers bereid om ter plekke alles te verwijderen. De mannen klimmen de stellages en masten in en strippen de gehele Bühne und Gelände van alle politieke opsmuk. Een organisatorische ramp lijkt afgewend.

De volgende dag staat niets meer in de weg om het concert door te laten gaan. Het terrein van de Radrennbahn Weissensee, ver in Oost-Berlijn gelegen en daarmee kilometers verwijderd van de Berlijnse Muur, is gigantisch. De toestroom van bezoekers echter ook. Het brengt zóveel mensen op de been dat de toegangswegen naar Weissensee die dag volledig vastzitten. Als het concert om 19:00 uur begint, staat er dan ook nog altijd een enorme massa mensen buiten. Om iedereen sneller het terrein op te krijgen, worden de toegangspoorten wagenwijd opengezet. Van serieuze kaartcontrole is vanaf dat moment geen sprake meer. Gevolg is dat er ook mensen zonder kaartje binnenkomen. Officiële bronnen houden het op 160.000 bezoekers, andere schattingen spreken daarom van zeker een half miljoen.

De roestige maar originele toegangspoort van Radrennbahn Weissensee herinnert aan vervlogen tijden.
Foto: Djeekop de Dichter

Zich er terdege van bewust dat zijn concert ook zonder vlaggen en posters nog altijd een specifieke politieke lading heeft waar hij het niet mee eens is, vindt Bruce dat hij tóch op een of andere manier aan het publiek duidelijk moet maken dat hij hier vanavond niet optreedt namens een bepaalde partij of ideologie. In zijn trailer, vlak voordat hij het podium op moet en met zijn gitaar al om de nek, schrijft hij een korte speech. Hij vraagt zijn chauffeur George Kerwinski, een Duitser die is ingehuurd door de concertpromotor, de tekst te vertalen en hardop aan hem voor te lezen. Springsteen noteert de fonetische uitspraak van de woorden op een briefje. Als de manager van MAMA Concerts, Marcel Avram, er lucht van krijgt dat Bruce in de gauwigheid een toespraak heeft voorbereid met daarin een regel met het woord ‘muur’, laat deze, doodsbenauwd dat Bruce de afspraak schendt die Avram namens zijn bedrijf met de partijleiding heeft gemaakt, het woord op het allerlaatste moment veranderen in het minder opzichtige ‘barrière’.

Halverwege de bijna vier uur durende show haalt Bruce Springsteen zijn spiekbriefje tevoorschijn. Nadat hij zijn gitaar in zijn kenmerkende houding achter op zijn rug heeft geslingerd, leest hij zijn korte speech van fonetische klanken voor:

Es ist schön in Ost-Berlin zu sein. Ich möchte Euch sagen: Ich bin hier nicht für oder gegen irgendeine Regierung. Ich bin gekommen um Rock ‘n’ Roll zu spielen für euch Ost-Berliner, in der Hoffnung dass eines Tages alle Barrieren umgerissen werden.

Bruce’s uitspraak van het Duits mag dan zeer matig zijn, mede door zijn zware Amerikaans accent, de boodschap is glashelder. Sterker nog: het is een statement van jewelste. Iedereen begrijpt natuurlijk welke barrière The Boss hier tussen de regels door bedoelt. Voor de zoveelste keer die avond krijgt Springsteen (bijna) alle handen in Oost-Berlijn op elkaar, helemaal als hij daarna Bob Dylans ‘Chimes of Freedom’ speelt, een nummer waarin vrijheid en mensenrechten worden bezongen en tevens scherpe kritiek klinkt op ieder bedacht construct of systeem dat mensen klein houdt en onderdrukt. Tussen het publiek wordt bijna vier uur lang met honderden zelfgemaakte Amerikaanse vlaggen gezwaaid. Het kan niet anders dan dat in het Politbureau ondertussen het besef moet zijn doorgedrongen dat hun opzet van het concert volledig de tegenovergestelde uitwerking heeft gekregen.

Close-up van het publiek tijdens het Springsteen-concert in Berlin-Weissensee. Foto: picture-alliance/dpa

De prachtige archiefbeelden die er van die avond bewaard gebleven zijn, laten een bezielde Bruce Springsteen zien. Veelzeggend zijn ook de korte gesprekken met enkele Oost-Berlijnse concertgangers op het terrein. Het blijkt dat de meningen over de politieke lading van het concert verdeeld zijn. De een zegt zich erin te kunnen vinden en noemt het een goed doel; de ander vindt juist belachelijk dat een rockconcert voor een politiek doeleinde wordt gebruikt. De mensen lijken mondiger dan in de jaren daarvoor. Tegelijkertijd lijkt vrijwel iedereen te beseffen dat deze politieke verpakking waarschijnlijk de enige manier is om The Boss toestemming te geven überhaupt in Oost-Berlijn op te treden. Iedereen gelooft dat het concert uiteindelijk alleen kon plaatsvinden bij de gratie van de Partij. En ja, ten dele is dat natuurlijk waar. In werkelijkheid was het toch vooral één persoon die toestond dat het concert op 19 juli 1988 doorging en de historische status kreeg waardoor er nu nog over wordt geschreven. Juist; de man die ergens tussen alle politieke leuzen ook nog op het concertkaartje stond: Bruce Springsteen.

Dit is het derde van drie blogs in de reeks ‘A Concert for Berlin’.

Vorige
Vorige

In Memoriam Roland Korn

Volgende
Volgende

A Concert for Berlin (2)