50 jaar geleden: de DDR wint olympisch voetbalgoud
De dag dat het socialistisch systeem triomfeerde op de Spelen
De nationale mannenvoetbalploeg van de DDR krijgt de gouden medaille omgehangen. Foto © picture alliance / dpa
Afgelopen vrijdag, 31 juli, was het precies vijftig jaar geleden dat het nationale mannenvoetbalelftal van de DDR goud won op de Olympische Spelen in Montreal. In de finale van het olympisch voetbaltoernooi versloeg de Oost-Duitse ploeg Polen met 3-1. Aan wat tot op de dag van vandaag geldt als de grootste olympische triomf in de geschiedenis van het Duitse voetbal, ontleende het DDR-regime destijds vanzelfsprekend groot politiek prestige.
Sinds 1972 had de rivaliteit tussen de twee Duitslanden op sportief gebied een vlucht genomen. De Olympische Spelen van 1972 in München (nota bene georganiseerd in en door West-Duitsland) was het eerste grote internationale sporttoernooi waarop de DDR en de Bondsrepubliek Duitsland (BRD) als twee volledig afzonderlijke naties aantraden. Vooral de DDR maakte van iedere krachtmeting (direct of indirect) met de kapitalistische buur een prestigestrijd. Een prestigestrijd waarin de vermeende superioriteit van het socialistische systeem kon en móest worden bewezen. Voetbal was immers politiek. Zoals álles in de DDR politiek was.
De DDR eindigde op de Spelen in München als derde in het medailleklassement. De buit van maar liefst 66 (!) plakken, waarvan twintig van goud, was opvallend groot voor een land met slechts 17 miljoen inwoners en een olympische ploeg van nog geen 300 atleten. Inmiddels weten we maar al te goed hoe die uitzonderlijke sportprestaties deels tot stand zijn gekomen. Maar goed, om voor het oog van de hele wereld kracht, triomf en succes uit te stralen, was destijds nog alles geoorloofd. En met resultaat: de DDR eindigde in het medailleklassement precies één plaats boven de BRD.
Twee jaar later, op het wereldkampioenschap voetbal 1974 (het tweede grote internationale sporttoernooi in even zoveel jaar dat in en door West-Duitsland werd georganiseerd), strandde het nationale voetbalelftal van de DDR al in de tweede ronde en werd het gastland Weltmeister. Voor de DDR een blamage van jewelste, zou je denken. Niets was echter minder waar: in de eerste ronde had de DDR immers zijn kapitalistische aartsvijand in een rechtstreeks duel met 1-0 verslagen. Achteraf was deze glorieuze zege op de latere wereldkampioen eigenlijk alles wat telde. Tot het eind van haar bestaan heeft de DDR iedere revanchewedstrijd geweigerd. Daardoor zal die ene en enige ontmoeting tussen beide Duitslanden ook voorgoed als een Oost-Duitse overwinning in de boeken blijven staan.
Nog eens twee jaar later, tijdens de Olympische Spelen van Montreal in 1976, moest de prestatie van de vorige editie uiteraard worden overtroffen. En als ook de nationale voetbalploeg van de DDR zich dit keer op het wereldtoneel nóg iets nadrukkelijker in de kijker kon spelen, was dat natuurlijk helemáál mooi meegenomen. Maar de weg naar de finale was niet eenvoudig. De DDR begon met een doelpuntloos gelijkspel tegen voetbalgrootmacht Brazilië waar twee jaar eerder op het WK nog van werd verloren. Niet slecht. Maar er werd meer verwacht. En wonderwel werden die verwachtingen ingelost: de Oost-Duitsers wonnen van Spanje (ook niet het minste voetballand), Frankrijk en zelfs van het grote Sovjet-Unie. In de olympische eindstrijd wachtte regerend olympisch kampioen Polen. Twee jaar eerder was Polen nog als derde geëindigd op het WK en had vleugelaanvaller Grzegorz Lato zich tot topscorer van het toernooi gekroond. Diezelfde Lato was in de Olympische finale op 31 juli 1976 natuurlijk weer van de partij. De DDR-ploeg moest een héle goede dag hebben om de Poolse ploeg te kunnen verslaan.
Die avond legt de DDR echter een van haar beste wedstrijden óóit op de mat. Alles lijkt die dag te lukken. De archiefbeelden tonen een vermakelijk duel, met aantrekkelijk voetbal van beide kanten. De mannen van de charismatische coach Georg Buschner beginnen furieus. Hartmut Schade, destijds middenvelder van Dynamo Dresden en een man met bakkebaarden waar je Sie tegen zegt, scoort al na zeven minuten. Sterker nog: nog voordat er een kwartier is gespeeld, ligt de bal al voor de tweede keer in het Poolse net. Dit keer is het Martin Hoffmann, de spits van FC Magdeburg, die de voorsprong van de DDR verdubbelt met een bekeken schot in de verre hoek. Er gaat fraai positiespel aan vooraf.
Hartmut Schade juicht nadat hij de openingstreffer heeft gescoord. Foto © picture-alliance / dpa
In de tweede helft brengt Polen de spanning in de wedstrijd terug. Vanuit een hoekschop scoort niemand anders dan Grzegorz Lato met een rake kopbal de 2-1. Er volgt een ware Poolse stormloop op het Oost-Duitse doel. De DDR-keeper met de prachtige naam Hans-Ulrich Grapenthin (van Carl Zeiss Jena) moet meermaals reddend optreden. In de drieëntachtigste minuut maakt Reinhard Häfner echter een einde aan alle Poolse titelaspiraties. Na een onderschepping op het middenveld scoort hij de bevrijdende 3-1 voor de DDR. Na zijn treffer staat Häfner (ploeggenoot van Hartmut Schade bij Dresden) bij de hoekvlag uitbundig te juichen. De jongens weten het: ze worden olympisch kampioen en zullen met de gouden medaille naar het socialistische thuisland terugkeren.
Was de medailleoogst van München ‘72 al gigantisch; in Montreal wordt het aantal ruimschoots overtroffen. De olympische ploeg keert met maar liefst 90 (!) medailles huiswaarts. De veertigste en laatste gouden medaille is die voor de voetballers. Daarmee eindigt de DDR achter grote broer Sovjet-Unie als tweede in het medailleklassement. Maar belangrijker nog: de Ossies houden de BRD, die als vierde eindigt, wederom achter zich. Ter vergelijking: de Wessies verzamelen in totaal ‘slechts’ 39 medailles. Voor de Oost-Duitse propaganda is de conclusie dan ook: het socialisme heeft zich op alle sportieve vlakken het superieure systeem getoond.
Het vaantje van de Oost-Duitse voetbalbond dat herinnert aan de gouden medaille van het nationale mannenvoetbalteam op de Olympische Spelen van Montreal in 1976.
De gouden medaille betekent voor de DDR-autoriteiten natuurlijk veel meer dan alleen een sportieve overwinning. Het geldt als een glorieuze triomf voor het land en als het bewijs dat de socialistische staat superieure sporters kon voortbrengen. Hun succes werd niet alleen toegeschreven aan talent en training, maar ook vooral aan het socialistische systeem waarin zij als mens waren gevormd. De grootste krant van de DDR (en tevens het partijblad van de SED) Neues Deutschland dweept met de olympische titel en prijst het team om zijn “spritziger Angriff” (flitsende aanval) en zijn “sichere Abwehr” (solide verdediging). En in alle eerlijkheid klopte dat in feite ook gewoon. Achter alle politiek en propaganda ging namelijk een uitzonderlijke voetbalprestatie schuil. Het uitstekende en hechte positie- en samenspel van het team en de technische vaardigheden van de individuele spelers van de nationale voetbalploeg van de DDR op de Olympische Spelen van 1976 was wat dat betreft vast niet alleen het resultaat van prestatieverhogende middelen. Iedere voetbalanalyst zal dat kunnen beamen. Je kunt de beelden zelf terugkijken.